DBC's

De DBC-structuur voor de S-GGZ.

Sinds enkele jaren schrijft de wet voor hoe behandelingen aan clienten (of hun verzekeraar) gefactureerd dienen te worden. Bij de Specialistische GGZ gebeurt  dat middels zogenaamde Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). Voor de GGZ zijn er tientallen verschillende DBC’s. Welke DBC de therapeut dient te declareren hangt af van twee factoren: ten eerste de zogenaamde "primaire diagnose" (psychische ziekte). Ten tweede de hoeveelheid tijd die een therapeut aan de betreffende cliënt heeft besteed. Dat is niet alleen de tijd dat er therapie gegeven wordt, maar ook de tijd die de therapeut nodig heeft om verslagen te maken, zich op een therapiesessie voor te bereiden, met een collega of huisarts over de cliënt te overleggen etcetera. Deze methode maakt dat pas na de behandeling een DBC-factuur kan worden opgesteld: pas dan is immers duidelijk hoeveel tijd de behandelaar aan de cliënt heeft besteed. De overheid heeft echter bepaald dat een DBC maximaal 365 dagen doorlooptijd mag hebben. Dat betekent in praktijk dat een behandelaar 365 dagen na de aanvang van de behandeling (vrijwel altijd de datum van de eerste intake) een DBC moet sluiten en aan de cliënt of diens verzekeraar een DBC-factuur moet zenden. Als de behandeling dan nog niet is afgerond moet de behandelaar een zogenaamde vervolg-DBC openen, waar weer zelfde regels voor gelden als voor een eerste DBC. Dus als een client 2,5 jaar in behandeling is (wat vooral in groepstherapie voor kan komen) zullen er 3 DBC-facturen verzonden worden: de eerste na verloop van het eerste jaar, de tweede na verloop van het tweede jaar en de derde na afloop van de behandeling. De Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) heeft voor iedere DBC bepaald hoeveel een zorgverlener maximaal in rekening mag brengen. 

De kosten in de Basis-GGZ.

In de Basis-GGZ gelden andere regels en zijn er maar een beperkt aantal factuurvormen. Aangezien ik geen zorg in de basis-GGZ aanbied, ga ik hier niet verder op in.